Blog

Josef Stalin plus Nicolai Yeshov

Terwijl onderwijsvernieuwers internet als bron van kennis omarmen en menen dat zoekvaardigheden je verder brengen dan een hoofd vol feitjes, groeit onder jongeren het wantrouwen jegens de 'feiten' die hen via (sociale) media worden voorgeschoteld. In het eindrapport van het Platform Onderwijs 2032 is het weer raak: in het onderwijs van de toekomst moet minder aandacht zijn voor feitenkennis en meer aandacht voor zoekvaardigheden. Want: ‘Vroeger zat je kennis in je hersenen en je boeken, nu is dat de computer.’ 
Volgens deze toekomstvisie zullen leerlingen ‘betekenisvol onderwijs op maat’ krijgen. Wat betekent dit voor geschiedenis, het vak dat al jaren onder vuur ligt als het gaat om zinloos feiten stampen?

Historisch perspectief
In een artikel van 12 april verdedigt de voorzitter van het Platform Onderwijs 2032, Paul Schnabel, zich tegen de kritiek dat geschiedenis uit het curriculum zou gaan verdwijnen. ‘Geschiedenis verdwijnt helemaal niet. Het wordt opgenomen in het vakgebied Mens & Maatschappij, dat een verplicht onderdeel is van het kerncurriculum,’ zegt hij.
In het advies ‘Ons Onderwijs 2032’ staat dat in Mens & Maatschappij ‘Leerlingen leren vanuit verschillende perspectieven naar de samenleving en de leefomgeving kijken'. Eén van die perspectieven is het 'historisch perspectief (op de impact die gebeurtenissen van nu en uit het verleden hebben op de samenleving)'. Het lijkt er dus op dat het vak geschiedenis wel degelijk verdwijnt als het aan het Platform ligt. Het wordt niet meer dan een tool waarmee je huidige gebeurtenissen in een ander daglicht kunt plaatsen. Het vak zelf, waarin je leert over ons verleden, zonder dat je altijd meteen snapt wat voor jou, nu meteen, het nut van die kennis is, is overbodig geworden.

Aansluiten
De ‘noodzaak’ om geschiedenis voor jongeren relevant te maken door aan te sluiten bij hun belevingswereld en historische gebeurtenissen te benaderen vanuit de actualiteit, werd jaren geleden al gevoeld. Heeft de daaruit voortvloeiende nieuwe didactiek een groter historisch besef opgeleverd? Absoluut niet. Al in 1996 bleek dat (zelfs) onze volksvertegenwoordigers hopeloos faalden bij een geschiedenistest. Overigens vonden ze het (ook) toen al niet nodig om al die ‘wetenswaardigheden’ te kennen. Men heeft getracht met de invoering van de geschiedeniscanon in 2006 meer historisch begrip te kweken, maar of dat gelukt is, valt te betwijfelen. En ondertussen wordt het vak geschiedenis steeds verder gemarginaliseerd. Schnabel sprak, weinig origineel, dat je feitjes tegenwoordig kunt opzoeken op het internet en dat het ‘minder belangrijk wordt om jaartalletjes te weten; we richten ons meer op het leren van de samenhang tussen bepaalde gebeurtenissen.’ Nog los van het feit dat geschiedenisonderwijs al lang niet meer gaat over ‘jaartalletjes leren’, spreekt hieruit, niet voor het eerst, een raar soort minachting voor feitenkennis.

Holocaust
Ondertussen zijn er verontrustende ontwikkelingen gaande op scholen. Er zijn docenten die niet meer weten hoe ze de Holocaust moeten bespreken. Groepen leerlingen saboteren de geschiedenisles want ze ‘geloven’ niet in de Holocaust. Discussies in de klas over Geert Wilders gaan sommige leraren uit de weg: te veel gedoe. In een rapport dat Margalith Kleijwegt maakte voor het Ministerie van Onderwijs beschrijft zij hoe een aanzienlijk aantal leerlingen gelooft dat de foto van het aangespoelde jongetje Aylan, nep was: bedoeld om begrip te kweken voor vluchtelingen. Anderen beweren dat de aanslagen in Parijs niet zijn gebeurd. De foto’s, de nieuwsberichten: allemaal in scène gezet.

Verantwoordelijke wereldburgers
Of we willen of niet, we moeten allemaal samenleven met mensen wier geloof en gebruiken we niet delen. Dat hoeft niet erg te zijn, en we hoeven het niet eens te worden, maar we moeten wel met elkaar blijven praten. Maar hoe kunnen we nog met elkaar praten als we het niet meer eens zijn over de feiten? Als de vakdocent niet meer wordt geloofd, en zijn kennis wordt gezien als ook maar een mening?

Leerlingen moeten worden opgeleid tot ‘verantwoordelijke wereldburgers’ volgens het advies van het Platform. Daarom moeten ze burgerschap krijgen in plaats van geschiedenis. Ze weten bij het Platform blijkbaar niet dat je bij het vak geschiedenis niet alleen feitenkennis opdoet, maar tevens leert hoe je gebeurtenissen uit het verleden kunt interpreteren, aanleiding, oorzaak en gevolg van elkaar onderscheiden, je eigen mening formuleren op basis van feiten, hoe je kritisch met bronnen moet omgaan, hoe je mensen en situaties vanuit meerdere standpunten kunt beschouwen (multiperspectiviteit), en, ten slotte, om je in te leven in mensen en culturen die ver van je af staan, in tijd of in plaats. Het vak burgerschap dus eigenlijk, maar dan geschraagd door gedegen kennis van ons gezamenlijk verleden.